Debat Bedreigde Talen
NWO organiseerde in samenwerking met SPUI25 op dinsdag 24 november 2009 een debat over bedreigde talen. Lees verder
Aanvragen van deze subsidie is niet langer mogelijk.
Introductie
De algemene verwachting is dat aan het einde van de 21e eeuw maar liefst 90% van de 6000 talen in de wereld gedoemd zal zijn te verdwijnen of reeds uitgestorven is. Talen worden niet alleen bedreigd in landen waar de taaldiversiteit groot is, zoals bijvoorbeeld in Papua Nieuw Guinea, waar 850 talen worden gesproken. Evenmin is van doorslaggevend belang hoeveel mensen een taal spreken. Het Suruaha bijvoorbeeld, een Indianentaal die in het Amazonegebied van Brazilië wordt gesproken, telt ongeveer 150 sprekers. Toch is het Suruaha geen bedreigde taal, aangezien de oudere generatie er zorg voor draagt dat de taal wordt overgedragen aan de jongere generatie.
De levensvatbaarheid van een taal wordt eerst en vooral bepaald door de houding van de sprekers ten opzichte van hun traditionele cultuur. De taal waarin zij zich uitdrukken, is één van de voornaamste exponenten hiervan. Talen worden bedreigd in situaties dat verschillende groepen in contact komen met elkaar. In die gevallen vindt namelijk niet alleen een uitwisseling plaats van cultuurelementen en cultuurproducten, maar ook van cultureel prestige. Dit hangt doorgaans samen met de mate van technologische geverseerdheid van beide groepen. Een verschil in technologische kennis kan leiden tot een gevoel van inferioriteit bij de minder ontwikkelde groep, die daardoor geneigd is de eigen cultuur, inclusief de taal, op te geven ten gunste van de cultuur en taal van de meer ontwikkelde groep.
Of de taal van de minder ontwikkelde groep vervolgens uitsterft, is vooral afhankelijk van de houding die de dominante cultuur aanneemt ten opzichte van de minderheidscultuur. Politieke, sociale en psychologische factoren spelen daarbij een rol. De geschiedenis heeft geleerd dat nationale overheden vaak weinig geduld hebben met minderheidsculturen. Inheemse volken worden niet zelden beschouwd als achterlijk en primitief, en – aangezien zij dikwijls uitgestrekte gebieden bewonen met delfstoffen die geëxploiteerd kunnen worden – als een sta-in-de-weg voor economische vooruitgang. In Noord- en Zuid-Amerika geldt genocide als één van de belangrijkste oorzaken van taalverlies en taaldood.
Wetenschappelijk en maatschappelijk belang van het onderzoek naar bedreigde talen
Het vermogen een taal te leren en te gebruiken wordt gezien als één van de meest karakteristieke en tegelijk complexe menselijke vermogens. De relatie en interactie tussen de universele biologische basis van taal en de meer algemene cognitieve vermogens die ons in staat stellen een bepaald taalsysteem (grammatica) te verwerven en toe te passen, is al vele jaren onderwerp van (soms verhitte) discussie. Om de werking van het fenomeen taal te verklaren en te achterhalen welk deel ervan biologisch bepaald is en welk deel samenhangt met cognitieve vermogens en culturele representatiesystemen in het menselijk brein, is het nodig om te weten te komen hoe talen zijn gestructureerd en op welke manier zij de relatie tussen vorm en betekenis leggen. Alleen door zoveel mogelijk talen te bestuderen kan worden vastgesteld welke de constanten in taal zijn en welke variaties op deze constanten mogelijk zijn.
Daarnaast helpt taalvergelijking en taalreconstructie om inzicht te verkrijgen in de geschiedenis van de regio waar deze talen worden gesproken. Het ontdekken van relaties tussen talen en taalfamilies onthult fundamentele kennis over de geografische herkomst van volken en hun migratiepatronen. Gegevens over taalontleningen vertellen bovendien iets over de tijdsdimensie van de contactsituatie. De reconstructie van een proto-lexicon levert daarnaast informatie op over de levenswijze, sociale relaties en manier van denken van de oorspronkelijke bevolking. Tenslotte kan door het combineren van taalkundige gegevens met resultaten van paleozoölogisch en paleobotanisch onderzoek de oorspronkelijke locatie van de desbetreffende cultuur worden getraceerd. De bestudering van bedreigde talen is met andere woorden van groot wetenschappelijk belang, voor de taalkunde, de cognitiewetenschappen, de geschiedenis en de antropologie.
Onderzoek naar bedreigde talen draagt daarnaast bij tot het behoud van de bestaande culturele diversiteit in de wereld. Voorkomen wordt dat de specifieke kennis en ervaring die kenmerkend zijn voor elke cultuur - in het bijzonder doordat mensen er hun identiteit en zelfrespect aan ontlenen - verdwijnen. Een taal maakt deel uit van het culturele erfgoed van een staat en/of natie, maar is er tegelijk de meest volledige en subtiele reflectie van. Het verlies van een taal betekent het verlies van cultureel erfgoed en de reflectie hierop door de dragers van de desbetreffende cultuur.
Tenslotte worden door het onderzoek naar bedreigde talen, regeringen aangemoedigd taalbeleid te ontwikkelen voor minderheidsgroepen, met als doel de sociale positie van deze groepen in de dominante meerderheidscultuur te verbeteren. Deze ethische doelstelling krijgt de laatste jaren in veel landen steeds meer gewicht. Een verhoging van het prestige van de desbetreffende minderheidstaal straalt positief af op het prestige van de sprekers van deze taal en vergroot hun begrip van de hun omringende samenleving. Hierdoor zijn zij beter in staat op te komen voor hun eigen belangen en wordt hun integratie vergemakkelijkt.
Doelstelling van het programma
Het is onmogelijk om alle bedreigde talen volgens de beproefde wetenschappelijke methoden te beschrijven en te vergelijken. Vandaar dat bij de start van het programma in 2002 is besloten het onderzoek af te bakenen naar type taal, onderzoekslocatie en het gebruik van moderne technologieën.
Er is prioriteit gegeven aan projecten waarin de volgende typen taal centraal staan:
- niet geclassificeerde talen of taalisolaten, die bedreigd worden;
- (sub)groepen of (sub)families die in hun geheel bedreigd worden;
- initiatietalen en andere rituele talen of taalregisters die bedreigd worden;
- talen van bezettende 'kasten' en van volkeren die afhankelijk zijn van andere volkeren in een 'cliënt situatie' die bedreigd worden.
De keuze van de onderzoekslocaties is gebaseerd op de beschikbare hoeveelheid ongedocumenteerde taaldiversiteit, de deskundigheid die Nederlandse onderzoekers er door de jaren heen hebben opgebouwd en de mogelijkheden die er bestaan voor samenwerking met buitenlandse onderzoekers:
- Andes/Amazone grens
- Arctisch Rusland
- Kaukasus
- Oost-Ghana
- Guianas
- Himalaya
- Indonesië
- Mexico, Guatemala, Belize
- Pacific Northwest
- Soedan en Zuid-West Ethiopië
Waar het gaat om de opslag en verwerking van taaldata worden onderzoekers gestimuleerd om gebruik te maken van moderne technologieën als digitale geluidsdragers en videoapparatuur. Het is de bedoeling dat de taaldata en de onderzoeksresultaten beschikbaar komen voor collega-wetenschappers, maar ook voor de gemeenschap waarin het onderzoek heeft plaatsgevonden.

