Energieonderzoek
In 1996 concludeerde de Verkenningscommissie Energieonderzoek (VCE) in haar eindrapport dat in de komende vijftig jaar de omschakeling moet plaatsvinden van de mondiale energiesystemen naar energiesystemen die passen in een duurzame ontwikkeling van de samenleving.
In de conclusies pleit de commissie ook voor meer focus in het publiek gefinancierde onderzoek. De ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en Economische Zaken hebben deze conclusies gevolgd en vroegen aan NWO (Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek) en SenterNovem (sinds 2010 Agentschap NL) om een Stimuleringsprogramma voor Energieonderzoek op te zetten. Dit programma heeft van 1999 tot 2009 gelopen en is op een paar laatste promoties na geheel afgerond.
Het NWO/SenterNovem Stimuleringsprogramma richtte zich op hoogwaardig en vernieuwend onderzoek dat voldoende was toegesneden op de toekomstige nationale en internationale vraagstukken in het kader van het streven naar duurzaamheid. Daarbij stond de ontwikkeling van theorieën en methodologieën voorop. Het programma was gericht op de versterking van het universitaire energieonderzoek en was bedoeld om de volgende processen te versnellen:
- verbetering van de samenhang van het universitaire energieonderzoek;
- versterking van de band tussen het universitaire en het toegepaste energieonderzoek;
- verankering van het energieonderzoek in het reguliere universitaire onderzoek;
- creëren van een vruchtbare wisselwerking tussen de verschillende gammadisciplines in het energieonderzoek en tussen deze en het bèta- energieonderzoek.
In het programma werkten NWO en SenterNovem nauw samen. NWO financierde fundamenteel en fundamenteel-strategisch wetenschappelijk onderzoek, terwijl Novem een belangrijke rol speelde in de overdracht van kennis op energie- en milieuterrein aan maatschappelijke partners, zoals bijvoorbeeld het bedrijfsleven.
Eerste tranche langlopend onderzoek
In 2000 zijn vijf onderzoeksprogramma's gehonoreerd, die in 2007 allemaal zijn afgerond. Dit zijn:
- Energie uit biomassa (1)
Maatschappelijke acceptatie van biomassa als duurzame energiebron: consequenties voor ontwikkeling en implementatie
(Technische Universiteit Eindhoven)
- Energie uit biomassa (2)
BioPush: Energie uit biomassa: multifunctioneel landgebruik en cascadetoepassing gericht op kostenreductie en optimaal landgebruik
(Universiteit Utrecht, Wageningen Universiteit en Research Centrum en Technische Universiteit Delft)
- Energiebesparing in het bedrijfsleven
Stimulering van energie-efficiëntie: vergelijkend meta-analytisch case-studie-onderzoek
(Vrije Universiteit, Katholieke Universiteit Brabant, Universiteit Utrecht en ECN)
- Duurzame elektriciteit
AIRE: Versnelde invoering van een duurzame elektriciteitsvoorziening in Nederland
(Utrecht Centre for Energy Research, Technische Universiteit Delft, Universiteit Maastricht en ECN)
- Fossiele brandstoffen en CO2-opslag
Introductie van geavanceerde fossiele brandstofopties met CO2-opslag in de energiehuishouding
(Universiteit Utrecht, Technische Universiteit Delft en Rijksuniversiteit Leiden)
Tweede tranche langlopend onderzoek
In 2003 zijn er vier nieuwe programma's van start gegaan, die in 2010 en
2011 zullen zijn afgerond. Dit zijn:
- Energietransitie (1)
Dealing with Uncertainties in the Transition to a Sustainable Energy System: An integrative Approach
(Technische Universiteit Delft en Universiteit Utrecht)
- Energietransitie (2)
Transitions and transition paths: the road to a sustainable energy system
(Technische Universiteit Eindhoven en Universiteit Twente)
- Energietransitie (3)
Quantified back casting: methodological design of transition
strategies in the area of sustainable transportation chains
(Universiteit Utrecht)
- Zonne-energie
SYN-Energy: The application of photovoltaic (PV) cell-energy storage combinations as power sources in consumer and professional products at both outdoor and indoor utilization
(Technische Universiteit Delft, Universiteit Utrecht, Universiteit Twente en ECN)
Eerste en tweede tranche kortlopende explorerende projecten
In de periode 1999-2003 is een aantal kortlopende explorerende onderzoeken uitgevoerd. Dit waren:
- Het milieu weer bij de mensen gebracht: leiden energievoorziening, afvalverwerking en watervoorziening op wijkniveau tot een duurzamer samenleving?
(Vrije Universiteit te Amsterdam) - Modelleren van energiestromen op landbouwbedrijven in een bepaalde regio: mogelijkheden en moeilijkheden
(Wageningen Universiteit en Research Centrum) - Sociotechnische Scenarios (STSc): ontwikkeling en evaluatie van een nieuwe methodologie ter verkenning van transities naar een duurzame energievoorziening
(Universiteit Twente) - Paradigms of governance for a sustainable energy system
(Vrije Universiteit Amsterdam) - Syn-energie in zonnecelgebruik voor consumentenproducten en binnentoepassingen
(Technische Universiteit Delft) - An actor oriented approach for assessing transition trajectories towards a sustainable energy system
(Universiteit Utrecht)
Samenwerking bèta-gamma
Bijzonder in dit programma was de nadruk op de samenwerking tussen gamma- en bètaonderzoekers. In dit kader werden onder meer regelmatig aparte werkconferenties georganiseerd door de programmacommissie.
Aansturing
Voor het stimuleringsprogramma Energieonderzoek zijn twee commissies gevormd. Het betreft een programmacommissie en een stuurgroep. Op deze wijze worden de beoordelende respectievelijk financierende taken binnen het stimuleringsprogramma gescheiden. De programmacommissie is ingesteld door NWO en SenterNovem, na goedkeuring van de betrokken departementen. De programmacommissie is verantwoordelijk voor de inhoudelijke begeleiding en wetenschappelijke coördinatie van het brede terrein van het stimuleringsprogramma. De stuurgroep van het stimuleringsprogramma Energieonderzoek bestaat uit vertegenwoordigers van de gezamenlijke financiers van het programma, te weten het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, het ministerie van Economische Zaken, SenterNovem, NWO, gebied Maatschappij- en Gedragswetenschappen, NWO, gebied Technische Wetenschappen en als waarnemer de voorzitter van de programmacommissie.
