De Bindende kracht van familierelaties

BKF–expertmeeting De kracht van het gezin!

30 januari 2008

Op 30 januari 2008 vond de expertmeeting De kracht van het gezin! plaats; een activiteit van het NWO-programma De bindende kracht van familierelaties (BKF). De expertmeeting werd gehouden op het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport in Den Haag. Onder de aanwezigen waren onder meer onderzoekers van BKF-projecten, medewerkers van het SCP en beleidsmakers van diverse ministeries.

prof. dr. Jenny Gierveld

De voorzitter van de programmacommissie BKF, prof. dr. Jenny Gierveld opende de meeting. Vervolgens gaf ze het woord aan prof. dr. Pearl A. Dykstra, werkzaam bij het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) en de Universiteit Utrecht. Pearl Dykstra gaf de stand van zaken aan rond de NKPS-data (Netherlands Kinship Panel Study); data waar BKF-onderzoekers veel gebruik van maken. De NKPS biedt informatie over leden van drie generaties binnen Nederlandse families. Door het beschikbaar komen van de data van de tweede surveyronde is er een veelheid aan mogelijkheden ontstaan om de dynamiek in familierelaties te bestuderen. Er zijn inmiddels 190 geregistreerde externe gebruikers. Op basis van het data-bestand zijn tot nu toe 44 publicaties in gerefereerde tijdschriften verschenen en zes dissertaties.
Voor meer informatie zie www.nkps.nl.

prof. dr. Pearl Dykstra

Na de presentatie over de NKPS werden de uitkomsten van drie BKF-onderzoeksprojecten gepresenteerd en bediscussieerd. Daarbij lag de nadruk op de relevantie voor het beleid van de ministeries.
Drs. Freek Bucx (UU) sprak over de relaties tussen jongvolwassenen en hun ouders. De band met de vader blijkt geen invloed te hebben op de leeftijd waarop kinderen het ouderlijk huis verlaten, de band met de moeder wel. Jongvolwassenen met kinderen hebben meer contact met hun ouders dan jongvolwassenen zonder kinderen. Opvallend was het antwoord op de vraag 'Hoe vaak zie je je ouders?'. Dat hangt namelijk niet alleen af van hoe goed jouw relatie met je ouders is, maar ook van hoe goed je partner het met jouw ouders kan vinden.
Het beleid is vaak gericht op jeugd of volwassenen, maar niet op jongvolwassenen. Voor beleidsmakers is het juist van belang om te weten of jongvolwassenen langer bij hun ouders blijven wonen bijvoorbeeld wegens woningnood. Verder is het interessant om te onderzoeken of jongvolwassenen met meerdere kinderen dichter bij hun ouders wonen door gebrek aan kinderopvang en door de noodzaak van de grootouders als oppas.

drs. Freek Bucx

Vervolgens ging prof. dr. Joop Schippers (UU en vervanger van drs. Anne van Putten) in op de betekenis van de ouder-kind relatie voor de verschillen tussen mannen en vrouwen wat betreft hun deelname aan betaalde arbeid, kinderzorg en huishoudelijk werk, en het verlenen van steun aan ouders op leeftijd. Het blijkt dat dochters van werkende moeders meer uren werken dan dochters van niet-werkende moeders. Als iemand zelf is opgegroeid met een gelijke verdeling van huishoudelijk werk, dan stimuleert dat ook de gelijke verdeling in het eigen huishouden van die persoon. Een opvallende uitkomst was dat de taakverdeling van het gezin waarin men opgroeit geen invloed heeft op de verdeling van de kinderzorg later in het eigen gezin. Met andere woorden: het ouderlijk gezin is van invloed op werk en huishoudelijke taakverdeling tijdens de eigen gezinsfase. Overigens is het verschil tussen mannen en vrouwen wat betreft arbeid en zorg nog steeds groot.
Voor de overheid is dit onderzoek interessant om te bezien of zij er voor kan zorgen dat de volgende generaties alternatieve rolmodellen krijgen aangeboden en dat er meer individueel kapitaal is. Dit sluit aan bij een van de doelstellingen van het ministerie van Jeugd en Gezin, namelijk: voor alle kinderen een zodanige gezinscontext waarborgen dat zij in volwassenheid optimaal kunnen participeren in de samenleving door middel van opleiding, werk en maatschappelijke bijdragen.

prof. dr. Joop Schippers

Intergenerationele steun en welbevinden van ouders en kinderen was het laatste onderwerp, gepresenteerd door drs. Eva-Maria Merz (VU). Zij doet onderzoek naar wat intergenerationele steun, de steun van volwassen kinderen aan hun oudere ouders, doet met het welbevinden van beide partijen. Die steun tussen generaties hangt niet in het algemeen maar conditioneel met welbevinden samen. In ouder-kind relaties die van hoge kwaliteit zijn, gaan de betrokkenen beter met problemen en consequenties rondom ‘het ouder worden’ om en is er sprake van een hoger welbevinden.
Binnen het overheidsbeleid rondom jeugd en gezin zouden ouderen een duidelijker plek moeten krijgen. Meer algemeen moeten families op de agenda van de beleidsmakers worden gezet. Het is belangrijk dat er voorlichting over affectieve verbintenissen gedurende de levensloop plaatsvindt. Daarnaast moeten welzijn en kwaliteit van het bestaan gezien worden als een waarde op zich.

drs. Eva-Maria Merz

Jenny Gierveld sloot de succesvolle expertmeeting af met een korte samenvatting. Zij dankte de sprekers voor hun bijdragen en wenste hen veel succes met de afronding van hun onderzoeken. Ten slotte bedankte ze ook alle aanwezigen voor hun inbreng aan de discussies.